Hyperactief, onhandig, allergisch, dyslectische verschijnselen, moeite met rekenen, onzeker, angstig, nagelbijten, hoofdpijn, (over) gevoelig voor geluid, licht of aanraking, “het zit er wel in maar het komt er niet uit”, etc.
Hoe komt het dat sommige kinderen het moeilijk vinden om dat wat in hun hoofd zit, ook daadwerkelijk te vertellen? Hoe komt het dat het ene kind met 2 jaar al volledig zindelijk is, terwijl het andere kind van 8 nog in bed plast?

Waarschijnlijk hebben u en uw kind al verschillende specialisten gezien, heeft uw kind aan verschillende trainingen meegedaan, gebruikt het misschien medicatie en toch hebt u het gevoel dat er iets niet klopt of anders moet.
Wanneer er al zoveel geprobeerd is en u het gevoel heeft dat u niet verder komt, is het goed mogelijk dat de oorzaak van deze moeilijkheden bij nog actieve of niet ontwikkelde reflexen ligt.
Dit kan verregaande gevolgen hebben op het gebied van leren, gedrag en (lichamelijke) ontwikkeling.
Kenmerken op leerniveau zijn o.a.:

• (Begrijpend) lezen of spelling is lastig (dyslexie kenmerken).
• Rekenen/wiskunde is lastig (dyscalculie kenmerken).
• Moeite met ideeën op papier zetten.
• Bij het overschrijven van het bord worden fouten gemaakt.
• Schrijfproblemen, onverzorgd ogend handschrift
• Lateralisatieproblemen
• Woordenschatproblemen
• Concentreren en focussen vergt veel energie.
• Traag werktempo
• Moeite met plannen en organiseren (ADD kenmerken).
Kenmerken op gedragsniveau zijn o.a.:

• (Overmatig) gevoelig en emotioneel.
• Moeite met prikkelverwerking bijv. aanraking, geuren, licht, geluid, indrukken (ASS kenmerken).
• Moeite met stilzitten, niet kunnen stoppen met praten of geluiden maken (ADHD kenmerken).
• (Faal)angstig, schrikachtig of juist gevoelloos lijkend.
• Contact maken met leeftijdsgenoten gaat moeizaam.
• Moeite met instructies opvolgen, lijkt ongehoorzaam.
• (Overmatig) gespannen of angstig.
• Passief gedrag.
• Hechtingsproblemen.
• Burn-out- of depressieklachten
Kenmerken op fysiekniveau zijn o.a.:

• Onderuit hangen of juist veel met het hoofd op tafel.
• Anders, laat of niet kruipen.
• Vertraagde spraak- en/of taalontwikkeling.
• Zindelijkheidsproblemen.
• Duimzuigen of nagelbijten.
• Moeite met grove en/of fijne motoriek (DCD kenmerken).
• Moeilijkheden met het leren fietsen, zwemmen of duiken.
• Letterlijk op de tenen lopen.
• Hoofdpijn/migraine
• (Over) gevoelig voor licht, geluid en aanraking
• Allergieën.
• Veel keel-, neus- en oorproblemen.
• Bovenmatige vermoeidheid/CVS